Over

Belg van Poolse afkomst, woon ik in Brussel, een stad van doorgangen, gefluister en breuklijnen. Ik ben gevormd door mijn grootmoeders, door hun fragmentarische verhalen, hun stiltes vol herinneringen en hun waardige manier om het leven te dragen zonder te klagen. Van mijn grootmoeder aan moederskant erfde ik ook een bijzondere gevoeligheid voor onzichtbare aanwezigheid, diepe intuïties en die subtiele tekenen die soms door de werkelijkheid heen glijden zonder ooit echt verklaard te kunnen worden. Ik groeide op omringd door oude overtuigingen en een discrete maar levende spiritualiteit, waarin de zichtbare wereld nooit volledig gescheiden was van wat eraan ontsnapt.
Al vroeg leerde ik kijken voordat ik sprak, luisteren voordat ik schreef. Woorden begeleiden mij sinds mijn kindertijd, met de zachtheid van iets vanzelfsprekends. Boven alles ben ik dichter. Poëzie is voor mij nooit een oefening of een esthetische toevlucht geweest, maar een manier om in de wereld te bestaan, haar spanningen en kwetsbaarheden te voelen.
Mijn jeugdgedichten blijven verborgen, zoals men sporen bewaart, niet uit nostalgie, maar om de afgelegde weg te eren. Ze vertellen over het ontstaan van een aandachtige stem, die toen al gevoelig was voor stiltes, afwezigheden en voor wat zich achter mensen en dingen aandient zonder zich ooit volledig prijs te geven. Poëzie leerde mij traagheid, het gewicht van het juiste woord, en dat stilte soms meer kan bevatten dan lange toespraken.
Wat ik schrijf, vindt vaak zijn oorsprong in het geleefde leven. Niet om bloot te leggen, maar om breuken, wonden en de fragiele schoonheid zichtbaar te maken die zich in het dagelijkse leven verschuilt. Woorden geven aan die momenten is een poging om ze vast te houden, soms zelfs te verzachten. Schrijven wordt dan een intieme daad van verzet, een manier om rechtop te blijven staan tegenover de wereld, zonder lawaai of houding.
Ik blijf op afstand, als een gevoelige observator. Ik hecht belang aan details, kleine gebaren en anonieme levens die elkaar kruisen zonder elkaar werkelijk te zien. Die aandacht voedt mijn fotografisch werk. Ik fotografeer in zwart-wit, uit liefde voor soberheid en naakte waarheid.
Mijn beelden vangen het leven van de straat, haar vluchtige momenten, anonieme aanwezigheid en die gebaren en blikken die vaak onopgemerkt blijven. Ik probeer vast te leggen wat aan een haastige blik ontsnapt: het licht op een muur, de plooi van een jas, een silhouet dat verdwijnt op een straathoek. Elke foto is een stilstaand moment, een fragment van het dagelijks leven waarin de kwetsbaarheid en stille schoonheid van het bestaan zichtbaar worden. Niets is gemaakt, niets in scène gezet: alleen materie, licht en het leven zoals het zich aandient, rauw en tegelijk poëtisch.
Mijn benadering is geïnspireerd door Danuta Rago (1934–2000), een Poolse fotografe wier discrete en aandachtige blik op het dagelijkse leven mij diep heeft geraakt. Net als zij probeer ik die eenvoudige maar menselijk geladen momenten zichtbaar te maken, waarin het alledaagse mysterieus en poëtisch wordt, waarin elke schaduw en elk licht iets vertelt dat woorden alleen moeilijk kunnen uitdrukken.
Tussen woorden en beelden bouw ik een bubbel. Een ruimte van terugtrekking, maar ook van helderheid. Een plaats waar gevoeligheid niet verborgen wordt, maar wordt aanvaard als een stille kracht. Hier ontmoeten fragmenten van levens, bewoonde stiltes en woordeloze intuïties elkaar, voor wie weet dat stilte spreekt en dat schoonheid zich vaak verschuilt waar men haar het minst verwacht.

