Hij
Il courait jadis dans les couloirs dorés des saisons claires,
Le cœur rempli de soleils immenses et de matins incendiés,
Parmi les herbes hautes baignées d'une innocence légère,
Comme si rien au monde ne pouvait encore se briser.
Ik schrijf gedichten, klassiek of in proza, uit noodzaak. Hoewel ik erken hoe moeilijk het is om gevoelens in woorden te vertalen, dringt het schrijven zich aan mij op. Ik leg er het verleden, het heden, wat door mij heen gaat en wat mij raakt in vast. Ik klaag de onrechtvaardigheid van deze wereld aan, soms met opstandigheid, soms met pijn. Poëzie kanaliseert mij, kalmeert mij en stelt me in staat de rust terug te vinden zonder mij ooit het zwijgen op te leggen. Het is de ruimte waar ik vrij kan zeggen wat ik denk, of dat nu bevalt of niet.
Il courait jadis dans les couloirs dorés des saisons claires,
Le cœur rempli de soleils immenses et de matins incendiés,
Parmi les herbes hautes baignées d'une innocence légère,
Comme si rien au monde ne pouvait encore se briser.
Adem…
Alsof elke ademhaling je ziel kan reinigen van alles wat deze wereld erin heeft achtergelaten: het valse, het zware en het zinloze.
Ze kruipen naar de macht met gelakte glimlachen en al bevlekte handen, roofdieren in kostuum die zich voeden met zwaktes en angsten, schaamteloos verslindend wat zij zweren te beschermen; hun toespraken zijn zoete vergiften, hun beloften vooraf beraamde verraad, en elk woord dat zij uitspreken stinkt naar vermomd eigenbelang. Ze dienen niets en...
Hors d'atteinte des âmes profanes et de leur bas esprit,
Je dérive dans ma bulle, goûtant la douceur de ma solitude,
Allongé dans le silence, je guette l'arrivée de la nuit,
Loin, très loin des foules et de toute turpitude.
Je suis ivre de mots et de vers,
Un désordre brûlant dans ma tête,
Une sensation de flotter dans les éthers,
Et m'abîmer en pleine tempête.
De tijd glipt weg, stil en meedogenloos, en laat achter zich flarden van gelach en heldere dagen die nooit zullen terugkeren. We betrappen ons erop te dromen van het verleden, herinneringen te strelen als geesten, tegelijk zacht en pijnlijk. Elke dageraad brengt de schaduw van het onbekende, en de angst voor morgen sluipt onze gestolen momenten...
Dans l'or et dans le sang se noie l'humanité,
Les peuples prosternés devant leurs idoles vaines,
Satan règne en secret sur notre obscurité,
Et nourrit dans les cœurs la discorde et la haine.
La nuit déploie son manteau de silence,
Elle couronne l'horizon de mystère,
Son souffle endort la terre en révérence,
Et voile d'ombre les chemins de lumière.
Passager en première classe d'un train du passé,
A vive allure sans arrêts et sans destination,
Défilent de vaporeux paysages sombres et floutés,
Traversant l'intemporel et de funestes saisons.