Aan de grenzen van de droom

14-02-2026

Aux Frontières du Songe

Hors d'atteinte des âmes profanes et de leur bas esprit,
Je dérive dans ma bulle, goûtant la douceur de ma solitude,
Allongé dans le silence, je guette l'arrivée de la nuit,
Loin, très loin des foules et de toute turpitude.

La lune fait ondoyer les ombres dans ma chambre,
Et le doux ronronnement de mes chats berce mon âme,
Le parfum de la pénombre a des effluves d'ambre
Qui m'enveloppent d'une douceur où je me pâme.

Déjà, le temps s'écoule entre chaleur et souffles froids,
Des chuchotements de lointaines consciences
Me confient des histoires et des secrets d'autrefois,
Je traverse un monde silencieux où je ne suis qu'errance.

Que le matin patiente, les étoiles brillent encore.
Mon Dieu, que l'instant est doux, et que la vie est belle.
Je m'élève et me libère lentement de mon corps,
Des rêves mystiques où naît l'illusion d'être immortel.

Pourtant, le vacarme des fous dissipe déjà mon sommeil,
Et je sens le jour peser sur moi comme une clarté lente et mortelle.
Alors je fermerai les tentures, comme on referme des paupières sur l'éveil,
Car aujourd'hui, j'irai rejoindre, en silence, mon royaume sacré et éternel.


Buiten het bereik van profane zielen en hun lage geest,
Drijf ik in mijn bubbel, genietend van de zachtheid van mijn eenzaamheid,
Liggend in de stilte wacht ik op de komst van de nacht,
Ver weg, heel ver weg van de menigten en van elke verdorvenheid.

De maan laat de schaduwen golven in mijn kamer,
En het zachte gespin van mijn katten wiegt mijn ziel,
De geur van de schemering draagt amberachtige tonen
Die mij omhullen met een zachtheid waarin ik mij verlies.

Reeds glijdt de tijd voorbij tussen warmte en koude ademtochten,
Gefluister van verre bewustzijnen
Vertrouwt mij verhalen en geheimen van weleer toe,
Ik doorkruis een stille wereld waarin ik slechts een zwerver ben.

Laat de ochtend wachten, de sterren schitteren nog.
Mijn God, hoe zacht is dit moment, en hoe mooi is het leven.
Ik stijg op en bevrijd mij langzaam van mijn lichaam,
In mystieke dromen waar de illusie ontstaat onsterfelijk te zijn.

Toch verdrijft het lawaai van dwazen reeds mijn slaap,
En ik voel de dag op mij wegen als een trage, dodelijke helderheid.
Dan sluit ik de gordijnen, zoals men de oogleden sluit bij het ontwaken,
Want vandaag zal ik, in stilte, mijn heilig en eeuwig koninkrijk binnengaan.