De Troon van de Ongerechtigheid

11-02-2026

Le Trône de l'Iniquité

Je suis ivre de mots et de vers,
Un désordre brûlant dans ma tête,
Une sensation de flotter dans les éthers,
Et m'abîmer en pleine tempête.

Coule dans mes veines l'encre noire,
J'ai de la fièvre et j'ai froid,
Des maux et tant de désespoir,
Dans ce monde où règne le désarroi.

Je dénonce mais on ne m'entend pas !
Ma voix résonne dans les silences,
Je proclame mais on ne m'écoute pas,
Je crache l'abîme en décadence.

Ma plume se consume de tristesse,
Ma poésie chavire et se noie,
Mes oraisons et mes textes sont en détresse,
Je perds l'esprit mais pas la foi !

Ô Seigneur éclaire mon chemin,
Guide-moi à travers ce règne de miasma,
Lorsque sonnera le glas du dernier matin,
Et que les âmes damnées disparaîtront dans l'effroi.


Ik ben dronken van woorden en verzen,
Een brandende wanorde in mijn hoofd,
Een gevoel van zweven in de ether,
En mij verliezen midden in de storm.

Zwarte inkt stroomt door mijn aderen,
Ik heb koorts en ik heb het koud,
Pijn en zoveel wanhoop
In deze wereld waar ontreddering heerst.

Ik klaag aan, maar men hoort mij niet!
Mijn stem weerklinkt in de stiltes,
Ik verkondig, maar men luistert niet,
Ik spuug de afgrond uit in verval.

Mijn pen verteert zich in verdriet,
Mijn poëzie kapseist en verdrinkt,
Mijn gebeden en mijn teksten zijn in nood,
Ik verlies mijn verstand, maar niet mijn geloof!

O Heer, verlicht mijn pad,
Leid mij door dit rijk van miasma,
Wanneer de klok luidt voor de laatste ochtend,
En de verdoemde zielen verdwijnen in ontzetting.